Home Documenten Klein perkament
Rennes le Château
Inhoudsopgave
Het kleine Perkament
Aren plukken
Codex Bezae
Fouten
Alle pagina's

Het kleine perkament

Saunière zou perkamenten hebben gevonden die hem op het spoor van een schat hebben gezet. Dat is tenminste één versie van het verhaal. Tijdens de restauratiewerkzaamheden vond hij deze perkamenten bij het vernieuwen van het hoofdaltaar.

Volgens Corbu en Captier vond hij een perkament in een houten pilaar, dat op dit moment nog in het bezit is van de familie. Het echtpaar vertelde ons, dat Saunière direct na de vondst van de perkamenten, is begonnen met opgravingen.

Over het aantal perkamenten is geen overeenstemming. Men neemt aan dat het er vier waren.
Naar men zegt waren er twee stambomen, een testament én een perkament met twee bijbelteksten.

Deze laatste perkamenten werden voor het eerst gepubliceerd in het boek van “Gerard de Sede” en zouden geheime boodschappen bevatten.

Eén van deze boodschappen werd direct door Henri Lincoln ontcijferd toen hij het boek van De Sede onder ogen kreeg. Hij ontdekte dat sommige letters van het kleine perkament hoger stonden dan de rest van de tekst. Deze letters vormden de boodschap: “A DAGOBERT II ROI ET A SION EST CE TRESOR ET IL EST LA MORT”.(Van Dagobert II koning en van Sion is de schat en hij is daar dood – of – hij is de dood)


Aren plukken op Sabbat

De tekst gaat over Jezus die met zijn discipelen door de korenvelden loopt. De discipelen hebben honger, wrijven wat korenaren fijn en eten dit op.

Het groepje wordt echter gevolgd door een aantal Farizeeërs die het hier niet mee eens zijn omdat het sabbat is. Klaarblijkelijk vinden ze dat de discipelen werk verrichten en ze spreken Jezus hierop aan.

Jezus verwijst naar het oude testament waar David voor hemzelf en zijn soldaten altaarbroden neemt, om de honger te stillen. Deze altaarbroden zijn uiteraard heilig en alleen bedoeld voor de priesters. De bijbel sluit af met de opmerking dat de Zoon des mensen heer over de sabbat is. In bovengenoemd perkament wordt dit niet genoemd. Hier is zijn de laatste woorden: "SOLIS SACERDOTIBUS". Dit betekent: "alleen voor priesters (ingewijden)".


Codex Bezae

Oorspronkelijk lijkt het erop dat de tekst een samenvoeging was van de diverse evangeliën. Het is niet terug te voeren naar de gangbare vertalingen, zoals opgetekend in Mattheus 12 of in Lucas 6.

In 2005 komt Wieland Willker uit Duitsland er achter dat de oorspronkelijke tekst is overgenomen uit de Codex Bezae of de Codex Cantabrigiensis. (Deze namen heeft dit manuscript te danken aan Theodore Beza, die het manuscript in een klooster in Lyon heeft gevonden, en aan de Universiteit van Cambridge, aan wie het wordt geschonken in 1581).

Codex BezaeCodex Bezae

De codex is tweetalig, de Griekse tekst op de ene pagina staat in het Latijn op de tegenoverliggende pagina. Men denkt dat het uit de zesde eeuw stamt. Het is niet gebaseerd op wat men noemt de “vulgaat”-teksten. De vertaling gaat waarschijnlijk terug naar oude Syrische teksten.

In 1864 wordt een integrale uitgave van de Codex gemaakt door Frederick H. Scrivener Bezae Codex Cantabrigiensis te Cambridge. Vigouroux – leraar aan de Saint Sulpice (!) – heeft de tekst opgenomen in zijn Dictionaire de la Bible in 1895. In 1899 is een fotografische weergave van de codex gemaakt. Kortom in de tweede helft van de 19e eeuw krijgt de codex de nodige aandacht. Men name Vigouroux maakt het perkament interessant, omdat de originele tekst hiermee goed toegankelijk werd voor de Fransen.

Dit betekent dat Saunière, Boudet, of een andere tijdgenoot van beide heren, de opstellers van het kleine perkament zou kunnen zijn. Het verhaal dat het uit de tijd van Bigou stamt is onwaarschijnlijk, omdat het voor Bigou niet eenvoudig zou zijn om aan deze tekst te geraken. Uiteraard kan de tekst ook een product van Plantard of zijn compagnons zijn. Veel van de Rennes le Chateau critici houden het daarop.


Fouten

Opmerkelijk is dat er fouten zijn geslopen in het kleine perkament. Dit is op zijn zachtst gezegd verbazingwekkend; zo moeilijk moet het niet zijn om een korte tekst foutloos over te schrijven.  Eén mogelijke reden is dat het een kopie van een kopie is en dat de codeerder onvoldoende kennis heeft van Latijn om de fouten te corrigeren. Een andere mogelijkheid is - en die vinden wij meer voor de hand liggen – dat de fouten bewust zijn aangebracht.

Verder is de uitgekozen tekst in de originele codex voorzien van een haakje. Volgens ons heeft dit niets te maken met de start van een nieuw hoofdstuk ofzo, dan zou je het vaker moeten tegenkomen in de codex. Al in een ver verleden heeft men juist dit deel willen benadrukken. Mogelijk is het haakje de reden waarom juist deze tekst is uitgekozen.

Pagina uit de Codex BezaePagina uit de Codex Bezae

Speciale aandacht vragen de getallen 1 8 en 6. In het gecodeerde perkament springen deze getallen eruit doordat ze iets boven de tekst lijken geplaatst. Maar “ toevallig”  is het ook het paginanummer van de codex, waarop de tekst te vinden is.

186 in het woord discipuli186 in het woord discipuli 186 als paginanummer186 als paginanummer

Kortom, het kleine perkament is voer voor onderzoekers. Diverse schrijvers hebben theorieën ontwikkeld op basis van lijnen die je kunt trekken waarbij de kruizen een rol spelen. Anderen houden zich meer bezig met de inhoud en de herkomst.

 

Zoek op deze site

Boekenkast