|
Een bekentenis?
Zeven maanden na de diefstal overleed
Arsene Goedertier. Op 25 november vond er in Dendermonde een
arrondisementele vergadering plaats van de toenmalige Katholieke
Unie. Goedertier werd na een toespraak onwel. Hij werd naar het
huis van zijn zwager gebracht, de Juwelier Ernest Vanden Durpel,
waar hij zou overlijden.
In het gerechtelijk dossier ontbreekt elk
spoor van onderzoek tot dat overlijden. De belangrijkste
getuigen werden NIET verhoord!
In 1941 vond er een Duits onderzoek plaats onder leiding van
Oberleutnant Koehn. Koehn deed wat anderen voor hem hadden
verzuimd: hij ging praten met de personen die bij de dood van Goedertier aanwezig waren.
Hieronder een samenvatting van de diverse
verklaringen over de laatste woorden van Goedertier:
Getuigenis van “De
Vos”.
De Vos wist dat Goedertier onwel was geworden en heeft volgens
eigen zeggen met de juwelier gebeld om te vragen of hij moest
komen. Bij zijn aankomst lag Goedertier in de Salon op de grond
op een matras. Vos hoorde hem kreunen. Op dat moment waren de
arts (Romain de Cock uit Wetteren) en zijn zwager (Ernest Vanden
Durpel) aanwezig. Goedertier vroeg De Vos dichterbij te komen en
liet de anderen vertrekken. Volgens de verklaring van De Vos
waren zijn exacte woorden:
"Ik heb den priester doen roepen maar mijn geweten is gerust.
Luister, Ik alleen weet waar het Lam Gods is”. Hij fluisterde
dat. De Vos zei: “Ja?”en Goedertier zei nogmaals: “Ik alleen
weet het... Het dossier van heel die zaak zult gij vinden in
mijn klein bureel in de schuif rechts van de schrijftafel in een
omslag “Mutualité”.
Op dit moment kwam pater Libertus binnen,
maar Goedertier zei: ”Gaat buiten, laat ons alleen en doe de
deur toe.”
Goedertier begon weer te praten:”Dus Gij weet waar het dossier
is, en…”
Op dat moment kon hij geen woord meer uitbrengen, hij rochelde.
De Vos riep de arts erbij, die constateerde dat de dood was
ingetreden.
De Vos zou later verklaren dat het door de
priester kwam dat Goedertier niet heeft kunnen vertellen waar
het paneel te vinden zou zijn.
De arts zegt over
hetzelfde voorval:
Toen Goedertier op het matras lag vroeg hij: “Dokter
is het werkelijk gevaarlijk?”
“Nee,” zei de dokter. Blijf maar rustig liggen. Hebt ge nog iets
te vragen of heeft u een wens?”
“Nee,” antwoordde Goedertier, “ik wil graag een priester”.
Ondertussen was De Vos gearriveerd waarop Goedertier verklaarde:
“Met hem kan ik het ook doen.” De Cock liet De Vos komen en kort
daarna riep De Vos: ”Dokter kom alstublieft. Het gaat niet
goed.”
De pater arriveerde ongeveer vijf minuten na zijn dood.
Volgens de pater:
Toen de pater in de kamer kwam lag Goedertier op een
matras op de grond. Naast hem knielde De Vos.
Toen de pater binnenkwam ging De Vos
naar de andere kamer, maar Goedertier zei: “Advocaat,
advocaat moet ik hebben.”, waarop Libertus De Vos weer ging halen.
De Vos was toen nog 1 á 2 minuten met de stervende alleen.
Vervolgens ging het slecht met Goedertier en De Vos riep Pater
Libertus er weer bij die de overledene absolutie verleende.
In 1947 legt Pater Libertus een
schriftelijke verklaring af op verzoek van zijn abt. Hier zegt
hij: "Ik wilde bij hem neerknielen om zijn biecht te horen, maar
hij weerde mij af en riep om zijn advocaat, den Heer Joris De
Vos. Toen deze een ogenblik bij hem was klapte de advocaat in de
handen, ik spoedde mij bij den zieke, die de geest gaf."
VandenDurpel werd
pas in 1949 gehoord:
...Ik had hem eerst nog een glas portwijn te drinken
gegeven... Daarna zegde hij nog dat hij een "homme de confiance"
moest hebben, niet dat hij op godsdienstig gebied ongerust was,
maar dat hij iets te confieëren had. Advocaat Georges De Vos,
die een vriend van den huize was, is dan ook binnengekomen en
Goedertier heeft toen gezegd: "Ik alleen op de ganse wereld weet
waar het Lam Gods is ..." Dit waren zijn laatste woorden; voor
zoveel ik mij zulks herinner is juist nadien en toen Goedertier reeds overleden was, Pater
Libertus van de Benedictijnerabdij te Dendermonde ter plaatse
gekomen.
De kinderen van VandenDurpel zouden
later getuigen dat hun vader diezelfde avond nog had gezegd:
"Die Arsene toch, tot zijn laatste snik bleef hij de fantast.
Hij zegde mij dat hij wist waar zich het Lam Gods bevond."
Conclusie?
Getuigen doe je altijd vanuit je eigen beleving en het is
logisch dat iedereen zijn eigen rol min of meer uitvergroot. Wat
vreemd is in bovenstaande getuigenissen is de rol van de
priester. Was hij nou wel of niet op tijd? De Vos verwijt hem op
tijd te zijn, want daardoor kon Goedertier niet vertellen waar
het paneel was verstopt. De priester zelf vertelt ook dat hij op
tijd was. Hij had zelfs plaats gemaakt voor De Vos. De dokter
verklaart dat hij te laat was en ook VandenDurpel meent zich dit
te herinneren.
Koehn moet er het zijne van gedacht hebben.
Hij ondervroeg de priester in hoeverre hij contact had met
Coppieters en Vanden Gheyn. De priester vertelde dat hij in 1934
en 1935 in Frankrijk was en derhalve nooit getuige was geweest
in deze zaak. Hij zou ook nooit met Coppieters of Vanden Gheyn
hebben gesproken over deze zaak. Ook
opvallend is dat De Vos zegt dat hij de enige getuige was
terwijl VandenDurpel diezelfde avond aan zijn kinderen zou
hebben verteld wat Goedertier had gezegd op zijn sterfbed.
Verder is het zeer opvallend dat Goedertier op zijn sterfbed
niet vraagt naar zijn vrouw of kind. |